Hij is eraf, de kop. Gisteren had ik mijn eerste gesprek met de psychiater van het genderteam van het UMCG.
Mijn moeder ging mee om mijn hand vast te houden. Niet letterlijk, maar zo voelde het wel. Ik voelde me ook een beetje een klein kind. Maar bovenal voelde ik me gespannen. Zenuwachtig. Ik hoopte maar dat hij leuk was en dat ik goed met hem kon praten. Ik weet niet waarom, maar ik had een wat oudere man met zwart-grijs gemelleerd haar verwacht. Maar om half twee stond ineens een vrolijk kijkende man met een flinke bos zwart krullend haar en een rond brilletje voor mijn neus. Hij sprak me aan met mijn achternaam. Zonder meneer of mevrouw. Hij had zijn eerste punt gescoord. Ik stelde hem voor aan mijn moeder, waarna we hem gehoorzaam volgden door de lange gangen van het ziekenhuis. Nog een trap op en we waren er. Of we wat wilden drinken. Ja, graag. Doet u maar een Quarante Tres. Met ijs alstublieft. Maar het was koffie of thee. Thee dan maar. En geen borrel ernaast. ‘Vertel eens wat over jezelf.' Deze vraag overviel me. Ik had alles verwacht, behalve een vraag waar ik werkelijk alle kanten mee op kon. Ik kwam maar meteen to the point door te beginnen met waarom ik daar zat. Vervolgens kreeg ik de vragen die ik wel had verwacht, zoals: weet je zeker dat je genderdysforie hebt, heb je een hekel aan je borsten, hoe voel je je tijdens je menstruatie, enz enz. Af en toe wendde hij zich tot mijn moeder, die ook niet ontkwam aan een aantal pittige vragen. Na een uur was het gesprek voorbij. Onopvallend zuchtte ik van opluchting. Het zat erop. De kop was eraf. En die kwam er ook niet meer op. Mijn ‘psychiater voor de komende paar maanden' pakte cordaat zijn agenda en vroeg of het 13 januari schikte. Same time, same place. Ja, dat schikt. Weer een punt gescoord. In het kort legde hij nog even het traject uit. Gesprekken, hormonale therapie en dan geslachtsveranderende operaties. ‘Ik weet er alles van.', zei ik. ‘Dat dacht ik al.' Of ik dan ook bekend was met de risico's? Ja, daar was ik ook bekend mee. De gedachte dat er ook risico's zijn als ik dit traject niet inga, schoot door mijn hoofd. Toen hij zijn agenda dichtsloeg keek hij mij aan en zei: ‘Maar voorlopig ben je nog vrouw.' Ik zei: ‘Nee, dat ben ik niet.' En dacht: begin jij nou ook al?! Zijn score stond weer op ‘0'.
> terug naar start
> andere artikelen van Sander Noah > andere artikelen in de rubriek columns en fictie
|