Ton van den Bornwetenschap, achtergrond, 7 november 2022

Publieksavond van het Amsterdamse gendercentrum

Presentatie van onderzoek in transzorg

Het Kennis- en Zorgcentrum Genderdysforie, onderdeel van Amsterdam UMC, informeert met regelmaat geïnteresseerden over het onderzoek dat er wordt uitgevoerd naar genderincongruentie. Onderzoek dat ze er doen omdat ze genderincongruentie willen begrijpen en omdat ze de zorg willen verbeteren. Ze zijn daarmee gestart in 2014 en sinds corona gebeurt dit online. Dinsdag 1 november 2022 was de zevende publieksavond. Een verslag van die avond.

Baudewijntje Kreukels, sinds een maand hoogleraar Medische psychologie (in het bijzonder gender- en geslachtsvariaties), presenteerde de wetenschappers die ieder twintig minuten kregen om hun onderzoek toe te lichten. Op het eind kwamen nog twee wetenschappers aan het woord die een oproep deden voor medewerking aan onderzoek dat zij gaan doen.

“Waarom doen we eigenlijk dit onderzoek”, zei Kreukels. “Omdat we als UMC ook een universiteit zijn. Omdat we genderincongruentie willen begrijpen en omdat we de zorg willen verbeteren.” Wetenschappers kijken er dan bijvoorbeeld naar trends in aanmeldingen bij het gendercentrum en naar korte- en langetermijneffecten van verschillende behandelingen. Zaken waarvan je graag wilt horen wat de verwachtingen zijn zodra je in een transitietraject stapt. Er is steeds meer over bekend, maar nog lang niet alles. 

De onderzoekers hielden hun presentaties voor, naar verwachting, een gehoor van ouders, huisartsen, trans personen en andere geïnteresseerden. Ze konden vragen stellen via de chatfunctie van Zoom.

Gezondheidsrisico's en vruchtbaarheid

Daan van Velzen, eerder dit jaar gepromoveerd en nu in een opleiding tot huisarts, sprak over de effecten van hormoonbehandeling op stofwisseling en gezondheid.

Dat er meestal gevolgen zijn van testosteron bij trans mannen en de combinatie van estrogenen en testosteronblokkers bij trans vrouwen op spiermassa, samenstelling en lichaamsomvang is bekend. Maar er is veel variatie in effecten. Er is dus geen garantie, zegt Van Velzen. “Je kijkt meestal naar de gemiddelde verwachting, maar je moet ook naar de variabiliteit kijken.” Het kan zijn dat er geen effect is bij enkele mensen.

Een andere vraag in zijn onderzoek betrof het risico van hart- en vaatziekten en diabetes. Conclusie is dat er nauwelijks verhoogde risico’s zijn. Die waren er hooguit bij het gebruik van cyproteronacetaat als testosteronblokker, maar dit wordt intussen niet meer gebruikt. “Belangrijker dan hormonen lijkt de leefstijl (bijvoorbeeld roken en sporten)”, zegt Van Velzen. “Daar zou meer aandacht voor mogen zijn.”

Vervolgens belichtte Iris de Nie, ook dit jaar gepromoveerd, de effecten op vruchtbaarheid bij trans vrouwen. Ze onderzocht onder meer de effecten op het geslachtsorgaan van hormoonbehandelingen en ook of het mogelijk was dat zaadcellen weer in productie kwamen nadat mensen een tijdlang stopten met hormoongebruik. “Veel trans vrouwen hebben een kinderwens en maar een deel van hen heeft zaadcellen in laten vriezen voor de start van de behandeling.” Ze keek naar de kwaliteit van ingevroren zaadcellen en ook naar de effecten van strak ondergoed en tucken. “Dat heeft een negatief effect op de zaadkwaliteit.”

Een vraag was: kun je inderdaad stoppen met hormonen, zaadcellen produceren en in laten vriezen of kun je nadat je stopt met hormonen een kind verwekken? Ze deed onderzoek met negen trans vrouwen. Die gingen na een aantal maanden hormoonstop weer goede zaadcellen produceren. En er waren er zelfs drie die hun partner zwanger maakten.

Een interessante vraag was of het een en ander (een tijdlang hormoongebruik) gevolgen had voor het kind. “Zover hebben we niet gekeken”, zei De Nie. Wellicht is dat een onderwerp voor ander onderzoek.

Cognitieve vaardigheden en borstoperaties

Jason van Heesewijk vertelde over verschillen in cognitieve vaardigheden tussen transgender ouderen die langdurige hormoonbehandeling kregen en cisgender ouderen van vergelijkbare leeftijd. Deelnemers van zijn onderzoek waren ouder dan 55 jaar. Conclusie was dat transgender mannen vergelijkbaar presteerden met cisgender mannen en vrouwen op de cognitieve tests en dat transgender vrouwen lager scoorden dan beide cisgender groepen. Dit was volgens hem deels te verklaren doordat transgender vrouwen meer angst, depressie en eenzaamheid ervaarden vergeleken met de cisgender groepen. Andere verklaringen voor de lagere scores bij transgender vrouwen worden nog onderzocht.

Vervolgens sprak Floyd Timmermans over borstoperaties, de meest uitgevoerde operatie als het gaat om genderaanpassende chirurgie. Er zijn verschillende methoden, vertelt hij, afhankelijk van de grootte van de borsten en de samenstelling van het weefsel. Zit je bijvoorbeeld ‘strak in het vel’ of niet? Voor trans mannen is dan bijvoorbeeld belangrijk of de tepels goed teruggeplaatst worden. “We hebben 150 mannen ‘gemeten’. We kunnen nu op de millimeter nauwkeurig werken op basis van het mannelijk gemiddelde.”

Deelnemers gezocht

In vijf minuten sprak Karl Gerritse over de uitdagingen in besluitvorming over transgenderzorg. Hij had daar in een eerdere publieksavond al ruimte voor gekregen, maar nu is er een tool ontwikkeld (GenderJourney) die mensen kan helpen bij die besluitvorming. Met vragen over waar je nu staat, de stappen die je wilt zetten en hoe snel je wilt gaan.

genderjourney2.jpg

Ten slotte kregen Noor Gieles en Rip Roijer ieder ruimte voor een pitch. Zij zoeken mensen die willen deelnemen aan hun onderzoeken.

Gieles zoekt trans vrouwen die enige tijd geleden een vaginaplastiek operatie hebben ondergaan. Bij transgender vrouwen met een vaginaplastiek is het testosterongehalte vaak lager dan bij cisgender vrouwen. De vraag is of een lage dosering testosteron dan kan helpen bepaalde klachten te verminderen en welke dosering daar voor nodig is. Mail  als je er meer van wilt weten.

Roijer zoekt mensen die genitale chirurgie hebben ondergaan en die in een vragenlijst hun mening willen geven over welke uitkomsten van de chirurgie zij de belangrijkste vinden. Het onderzoek kan bijdragen aan het maken van een weloverwogen en wetenschappelijk onderbouwde keuze voor genitale genderchirurgie. Begin 2023 gaat het project van start. Op gendercos.org kun je meer informatie vinden, maar kun je je ook registreren voor deelname. Klik hier als je geïnteresseerd bent.

Onderzoek naar transitie-ervaringen

Ton van den Bornkort, nieuws, wetenschap, 28 februari 2022

Een team van de Open Universiteit voert onderzoek uit naar de ervaringen van transgender mensen in transitie. De onderzoekers zoeken mensen die daaraan willen deelnemen, transgender personen in de aanloop naar transitie en mensen die verder in dat proces zijn of dit al hebben afgerond. Ze kunnen reageren tot eind december 2022.

Eerder onderzoek wijst volgens de Open Universiteit uit dat veel transgender mensen last hebben van stigmatisering in de directe omgeving, op het werk en in de openbare ruimte. Of, met andere woorden, van de negatieve opvattingen die er over hun groep bestaan. Zij kunnen die opvattingen internaliseren en daarop reageren door schaamte en terugtrekking. Of ze willen stigma’s voor zijn door geheimhouding. Die anticipatie kun je zelfstigmatisering noemen.

(Zelf)stigmatisering kan leiden tot sociale isolatie en psychopathologie, lagere zelfwaardering, werkloosheid en inkomensverlies. Met name tijdens de transitie, de overgang van het geboortegeslacht naar het wensgeslacht, kunnen transgender personen de gevolgen van (zelf)stigmatisering ervaren. Hoe ga je daarmee om en krijg je sociale steun?

In het onderzoek dat nu bij de Open Universiteit wordt uitgevoerd, vragen onderzoekers naar probleemsituaties die transgender personen ervaren tijdens de transitie, hoe zij hiermee omgaan, hoe zij zich voelen en welke steun zij ervaren van hun omgeving.

Ze willen de uitkomsten onder meer gebruiken voor het ontwikkelen van de Transgender Coping Questionnaire (TRACQ), een vragenlijst die gebruikt kan worden om te meten hoe transgender mensen omgaan met transgenderspecifieke probleemsituaties. De TRACQ kan gebruikt worden om de behandeling te personaliseren. Op die manier kan het psychische welbevinden van transgender mensen tijdens en na transitie verbeteren.

Het onderzoek bestaat uit online vragenlijsten en interviews. Daarvoor zoeken de onderzoekers mensen (18 of ouder) die aan het begin van hun transitie staan, de diagnostische fase (A) en mensen die verder in het transitietraject zijn of dat al hebben afgerond (B). Deze oproep voor deelname aan het onderzoek geldt tot eind december 2022.

De A-groep
Het OU-team vraagt je dan om drie keer de online vragenlijsten in te vullen, de eerste keer tijdens de diagnostische fase. Voor daaropvolgende afnames word je telkens met een tussenpose van een jaar via e-mail benaderd, dus reageer je nu dan krijg je nog een mailtje in 2023 en 2024. Hier vind je de vragenlijst.

Naast die vragenlijst zijn de onderzoekers ook benieuwd naar je persoonlijke ervaringen tijdens de transitie. Ze willen je graag in verschillende fasen van de transitie interviewen. Voor meer informatie of het maken van een afspraak voor een interview kun je mailen naar Sta je aan het begin van jouw transitie, dan kun je aan zowel het invullen van de vragenlijsten als de interviews deelnemen.

De B-groep
De onderzoekers vragen je als je in transitie zt of deze al hebt afgerond om één keer een online vragenlijst in te vullen. Hier. Voor meer informatie over het onderzoek kun je mailen met

Een onderzoeksteam van de Open Universiteit, bestaande uit prof. dr. Arjan Bos, prof. dr. Jacques van Lankveld, dr. Mark Hommes en promovenda Maria Verbeek MSc, werkt voor dit onderzoek samen met onder andere het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie van het Amsterdam Medisch Centrum en andere centra voor genderdysforie in Nederland.

Meer informatie over het onderzoek vind je hier: https://www.ou.nl/onderzoek-klinische-psychologie-transgender-mensen-en-zelf-stigmatisering.

 

Agenda

Heb je tips voor onze genderdiverse agenda? , dan plaatsen we het hier.