Hoe queer ben jij?

Queer-zijn betekent dat je niet beantwoordt aan de vaste indeling in gender en dat je de dominante heteronorm afwijst. Zo ongeveer. Ik vraag me af: ben ik dat dan? Antwoord op die vraag begint bij een onderzoek van een aantal woorden. Gender, performance, queer-theorie.

Het wordt haar vaak aangewreven, maar Judith Butler (Amerikaans filosofe, geboren in 1956) kwam niet met die term: gender. Eerder al zagen psychiaters dat er mensen waren bij wie het biologisch geslacht niet overeenkwam met hoe ze zich voelden. En dat gender een constructie is, zit min of meer ook in de woorden van Simone de Beauvoir: Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt.

Later werd het onderscheid sekse en gender uitgewerkt. Bijvoorbeeld door de Britse socioloog Ann Oakley. Dat lees ik in het boek van Linda Duits over feminisme (Dolle mythes), aanrader als je meer wilt weten van het feminisme van de tweede golf en de huidige golf. Gender is een zaak van cultuur, schreef Oakley. Het gaat over de sociale classificatie van mannelijk en vrouwelijk. En dan ook over het patriarchaat.

balletpost.jpg

Butler gaat een stapje verder. Ook sekse is niet binair, net als gender. Je bent niet per se het een of het ander, vrouw of man. Hoewel het wel zo voelt, want bij je geboorte, of vaak eerder al, wordt gezegd: het is een meisje of een jongen en worden verwachtingen voor je leven en voorkeuren daaraan gekoppeld. Maar Butler zegt, niet alleen gender is een construct, ook sekse is dat. De tweedeling man-vrouw. Het is een manier om naar het lichaam te kijken.

Weerstand

Dat geeft een hoop weerstand. Want verwerp je dan de biologie helemaal? (Denk het niet, maar queer-theorie vindt dat wel minder relevant). En wat moeten we van je denken? (Tja). Genderverwarring – blijkbaar is het ontzettend belangrijk om meteen te weten wat je bent, man of vrouw – en nog erger: ‘mannen die het domein van vrouwen binnendringen, op het toilet, de sport, de gevangenis, waar dan ook’. Dat is de gedachte van een groep meestal vrouwen die terfs worden genoemd: trans-exclusionary radical feminists. Voor hen zijn trans vrouwen geen vrouwen en ze willen niet dat deze trans vrouwen dezelfde vrouwenrechten krijgen als cisvrouwen. 

Maar wat is eigenlijk een vrouw, een man, een non-binair persoon? Is dat puur afhankelijk van lichamelijke en biologische kenmerken, dat iemand in staat is om een ander te verkrachten (de gedachte van de terfs) of is er niet een ander onderscheid te maken? Mijn antwoord is duidelijk, en dat van Butler ook. Gender is voor haar niet meer dan een herhaling van performances. We doen ‘vrouw’, met nagellak, ballet, jurkjes. Daarmee houden we ook de mythe van vrouw in stand. We bevestigen met onze keuzes steeds wat het betekent om vrouw te zijn.

Het is dus een en al constructie. En alles draait om taal, zegt Butler. De wereld wordt gevormd door de manier waarop we erover spreken, met alle onderscheid in gender (hij en zij), karakter, handelingen, codes. Je moet je volgens een grote groep van mensen wel aan de normen en afspraken houden. Het lijkt erop dat die groep kleiner wordt. Er zijn meer mensen die buiten de hokjes willen treden en hun genderidentiteit gaan onderzoeken.

Bevrijding

Komen er dan meer aanhangers van de queer-theorie? Ik weet het niet. Die theorie wil in elk geval af van die vaststaande indeling, van gender en sekse als dichotomie. Ze wil de koppeling tussen genderperformance en sekse doorbreken. Als we zien dat mannelijk en vrouwelijk (vraag is of je die termen dan nog wilt gebruiken) in personen door elkaar vloeien, is alles veel vrijer. We hoeven ons dan niet te schikken naar dominante gendernormen, aldus Linda Duits.

Als ‘man’ mag je bijvoorbeeld huilen, je gezicht poederen, dameskleding dragen. Als vrouw de rekening opeisen, de deur openhouden voor een ander. Voorbeelden genoeg, maar het gaat verder. Want veel transgender personen zijn binair en helemaal niet zo queer. Ze hechten juist aan de tweedeling, en verlangen, zolang dat voor hun gevoel nog niet voldoende gerealiseerd is, deel uit te maken van de andere gender.

blogpost.jpg

Hokjes mogen in het queer-zijn helemaal weg, al de etiketten die jou als persoon vastprikken op seksualiteit, gender en identiteit. Dat die labels er niet toe doen, of fluïde zijn, voelt als een bevrijding. Voor mij althans.

Ideologisch

In de filosofie past deze houding, en de queer-theorie, bij het poststructuralisme, bij Foucault en zijn concept van macht. Het dominante discours is bijvoorbeeld heteronormatief en binair. Dat je woke bent, zou kunnen betekenen dat je de machtsstructuren die Foucault benoemt, doorziet of erkent. Alleen al door dat te benoemen, heb je een stap gezet. De eerste stap naar herziening van onze aannames over gender en seksualiteit. De vraag is immers of gender en seksualiteit wel zo essentieel zijn voor personen. Man-vrouw, heteroseksueel-homo; misschien ben je nooit helemaal dit of dat.

Queer-theorie is er intussen al decennia in de academische wereld (bij vrouwenstudies of genderwetenschappen), maar, denk ik, nog steeds vrij marginaal. Het ontstond omdat de bestaande labels voor identiteit te beperkt waren. Queer is dan vooral kritiek op identiteit, geen term met een erg vaststaande betekenis. Dat is naast het vaak heel technische jargon, misschien ook het probleem van de queer-theorie. Plus alle kritiek vanuit bijvoorbeeld het Vaticaan omdat queer-theorie ideologisch zou zijn en het traditionele gezin zou ondermijnen.

Fluïde

Behalve Foucault en Butler is voor de queer-theorie nog de inbreng van Eve Kosofsky Sedgwick van belang. De Amerikaanse was gespecialiseerd in genderstudies en werd beïnvloed door het feminisme, het marxisme en het deconstructivisme (of beter het poststructuralisme). Voor haar hield queer-zijn ook in dat je specifieke performatieve acties onderneemt, of, met andere woorden, dat je het laat zien.

Queer wordt, misschien ten onrechte, vaak als aanduiding gebruikt voor homoseksuelen. Of voor seksuele identiteiten die ‘cultureel gemarginaliseerd’ zijn. Dat kan er op duiden dat zo’n woord inderdaad leeft, dat het wordt opgeëist en dat de betekenis verschuift. Hoe dan ook, queer is, zo kun je wel stellen, alles wat tegen de dominante norm ingaat. Een anti-label zoals Naomie Pieter dat in een artikel van Manju Reijmer bij OneWorld zegt.

Dan kan het betrekking hebben op mensen, maar ook op films of boeken. Die films en boeken, zoals ‘Detransitie, baby’ van Torrey Peters bijvoorbeeld zijn nu misschien queer, maar blijft dat zo? De dominante norm is over een paar decennia ook weer anders.

Waar het om identiteit gaat, wordt steeds vaker de term ‘gender queer’ gebruikt. Dat zou je kunnen vertalen als: onverschillig tegenover gender, of fluïde. Ik omarm het graag, maar of ik helemaal onverschillig of fluïde ben, weet ik eigenlijk niet.

bleupost.jpg

En jij?

Tot zover het artikel zoals ik het ook op mijn blog heb staan. Maar hoe queer ben jij? Wat betekent queer voor jou? Helpt de term queer jou om jezelf te definiëren of te positioneren, of helpen andere begrippen je meer? We zijn benieuwd naar je reactie. Mail ons op . Vermeld dan ook of je akkoord bent dat we je reactie onder dit artikel plaatsen.  

Onderzoek naar transitie-ervaringen

Ton van den Bornkort, nieuws, wetenschap, 28 februari 2022

Een team van de Open Universiteit voert onderzoek uit naar de ervaringen van transgender mensen in transitie. De onderzoekers zoeken mensen die daaraan willen deelnemen, transgender personen in de aanloop naar transitie en mensen die verder in dat proces zijn of dit al hebben afgerond. Ze kunnen reageren tot eind december 2022.

Eerder onderzoek wijst volgens de Open Universiteit uit dat veel transgender mensen last hebben van stigmatisering in de directe omgeving, op het werk en in de openbare ruimte. Of, met andere woorden, van de negatieve opvattingen die er over hun groep bestaan. Zij kunnen die opvattingen internaliseren en daarop reageren door schaamte en terugtrekking. Of ze willen stigma’s voor zijn door geheimhouding. Die anticipatie kun je zelfstigmatisering noemen.

(Zelf)stigmatisering kan leiden tot sociale isolatie en psychopathologie, lagere zelfwaardering, werkloosheid en inkomensverlies. Met name tijdens de transitie, de overgang van het geboortegeslacht naar het wensgeslacht, kunnen transgender personen de gevolgen van (zelf)stigmatisering ervaren. Hoe ga je daarmee om en krijg je sociale steun?

In het onderzoek dat nu bij de Open Universiteit wordt uitgevoerd, vragen onderzoekers naar probleemsituaties die transgender personen ervaren tijdens de transitie, hoe zij hiermee omgaan, hoe zij zich voelen en welke steun zij ervaren van hun omgeving.

Ze willen de uitkomsten onder meer gebruiken voor het ontwikkelen van de Transgender Coping Questionnaire (TRACQ), een vragenlijst die gebruikt kan worden om te meten hoe transgender mensen omgaan met transgenderspecifieke probleemsituaties. De TRACQ kan gebruikt worden om de behandeling te personaliseren. Op die manier kan het psychische welbevinden van transgender mensen tijdens en na transitie verbeteren.

Het onderzoek bestaat uit online vragenlijsten en interviews. Daarvoor zoeken de onderzoekers mensen (18 of ouder) die aan het begin van hun transitie staan, de diagnostische fase (A) en mensen die verder in het transitietraject zijn of dat al hebben afgerond (B). Deze oproep voor deelname aan het onderzoek geldt tot eind december 2022.

De A-groep
Het OU-team vraagt je dan om drie keer de online vragenlijsten in te vullen, de eerste keer tijdens de diagnostische fase. Voor daaropvolgende afnames word je telkens met een tussenpose van een jaar via e-mail benaderd, dus reageer je nu dan krijg je nog een mailtje in 2023 en 2024. Hier vind je de vragenlijst.

Naast die vragenlijst zijn de onderzoekers ook benieuwd naar je persoonlijke ervaringen tijdens de transitie. Ze willen je graag in verschillende fasen van de transitie interviewen. Voor meer informatie of het maken van een afspraak voor een interview kun je mailen naar Sta je aan het begin van jouw transitie, dan kun je aan zowel het invullen van de vragenlijsten als de interviews deelnemen.

De B-groep
De onderzoekers vragen je als je in transitie zt of deze al hebt afgerond om één keer een online vragenlijst in te vullen. Hier. Voor meer informatie over het onderzoek kun je mailen met

Een onderzoeksteam van de Open Universiteit, bestaande uit prof. dr. Arjan Bos, prof. dr. Jacques van Lankveld, dr. Mark Hommes en promovenda Maria Verbeek MSc, werkt voor dit onderzoek samen met onder andere het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie van het Amsterdam Medisch Centrum en andere centra voor genderdysforie in Nederland.

Meer informatie over het onderzoek vind je hier: https://www.ou.nl/onderzoek-klinische-psychologie-transgender-mensen-en-zelf-stigmatisering.

 

Agenda

Heb je tips voor onze genderdiverse agenda? , dan plaatsen we het hier.